Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 oktober 2024, met bijlagen 1 tot en met 22;
- de mondelinge behandeling op 29 oktober 2024.
Rechtbank Rotterdam
In deze kort geding procedure vordert eiser ontruiming van de gehuurde woning wegens een huurachterstand van tien maanden. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter stelt vast dat de spoedeisendheid aanwezig is en dat de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure voldoende aannemelijk is.
De rechter veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de woning te ontruimen en de huur te betalen tot de dag van ontruiming. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van € 15.330,00, een contractuele boete van € 225,00 en buitengerechtelijke incassokosten van € 912,48, inclusief wettelijke rente vanaf de achtste dag na betekening.
De proceskosten worden eveneens aan gedaagde opgelegd en begroot op € 1.521,38 met rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij verzet. Hiermee komt een einde aan de procedure in kort geding met een toewijzing van de vorderingen van eiser.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van achterstallige huur, boetes en kosten.