Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2024 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit Maassluis, eiseres
de minister van Financiën, de minister
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres verzocht op 2 december 2021 inzage in haar persoonsgegevens die zijn verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister weigerde dit inzageverzoek aanvankelijk op grond van de AVG en UAVG, maar gaf deels inzage na bezwaar. Eiseres stelde beroep in tegen het gedeeltelijk weigeren van inzage.
De rechtbank oordeelt dat het inzagerecht niet absoluut is en beperkingen mogelijk zijn op grond van artikel 23 AVG Pro en artikel 41 UAVG Pro. De minister verweerde zich door te stellen dat inzage moest worden geweigerd ter bescherming van rechten en vrijheden van anderen, maar gaf onvoldoende inzicht in de belangenafweging die daaraan ten grondslag lag.
De rechtbank stelt dat de minister niet voldeed aan het motiveringsbeginsel omdat de weigering slechts op algemene wettelijke verwijzingen was gebaseerd zonder concrete onderbouwing. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de minister binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De overschrijding van negen maanden leidt tot een schadevergoeding van €1.000,-. De uitspraak is gedaan door rechter A. Dingemanse op 6 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 27 juni 2022 wordt vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen.