Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om kwijtschelding van een openstaande vordering betreffende teveel betaalde WIA-uitkering en toeslag over de periode van 1 april 2010 tot en met 31 juli 2011. Het verzoek was door het UWV op 20 juni 2023 afgewezen, waarna ook het bezwaar op 4 december 2023 werd verworpen.
Tijdens de zitting op 14 oktober 2024 heeft eiser aangevoerd dat hij van 15 september 2011 tot en met 6 maart 2022 aan deze vordering heeft afbetaald en dat hij daarom in redelijkheid voor kwijtschelding in aanmerking zou moeten komen. De rechtbank oordeelt echter dat eiser sinds 6 maart 2022 geen betalingen meer heeft verricht, waardoor niet is voldaan aan de vereiste periode van drie jaar volledige betaling. Ook is gebleken dat eiser een lagere aflossing heeft verricht dan de berekende aflossingscapaciteit en dat een betalingsregeling van € 25,- per maand is overeengekomen.
Eiser heeft voorts gewezen op psychisch lijden als zwaarwegende omstandigheid, maar heeft dit niet nader onderbouwd. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat er geen aanleiding is om van verdere terugvordering af te zien. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het verzoek om kwijtschelding afgewezen en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.