Eiser, voormalig nachtportier, heeft een Wet WIA-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen is vastgesteld dat zijn mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt, waardoor zijn uitkering wordt beëindigd.
Verweerder heeft het primaire besluit gehandhaafd, maar na bezwaar van de ex-werkgeefster het besluit herroepen en de uitkering stopgezet. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het eerste bestreden besluit niet meer relevant is omdat het tweede besluit dit vervangt, waardoor het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is.
De rechtbank heeft het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek beoordeeld en concludeert dat deze zorgvuldig en overtuigend zijn uitgevoerd. De functionele mogelijkheden van eiser zijn correct vastgesteld en de geduide functies overschrijden zijn belastbaarheid niet. Het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is openbaar gedaan op 31 oktober 2024 door de rechtbank Rotterdam.