De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de rechtbank om een machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2022, in een crisispleeggezin. De kinderen waren eerder onder toezicht gesteld vanwege ernstige zorgen over hun verzorging en opvoeding bij de moeder, die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en kampt met financiële problemen, waaronder een ontruimde woning.
De moeder verblijft tijdelijk in Frankrijk en stemt in met een machtiging voor twee maanden, maar de GI verzocht om zes maanden vanwege de noodzaak van een stabiele en voorspelbare opvoedsituatie. De kinderen verbleven tijdelijk bij kennissen, maar deze plek was ongeschikt en de kennissen weigerden medewerking aan de GI.
De kinderrechter oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de kinderen, gezien de verwaarlozing, taal- en ontwikkelingsachterstand en het ontbreken van adequate verzorging. De machtiging wordt verleend voor zes maanden met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Er wordt tevens belang gehecht aan het vormgeven van omgangsmomenten tussen moeder en kinderen.