De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van een poging tot uitlokking van een woningoverval en het medeplegen van het voorhanden hebben van softdrugs en professioneel vuurwerk. De rechtbank sprak verdachte vrij van de poging uitlokking wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van de uitlokking.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met een ander op 1 mei 2024 in Rotterdam meer dan 30 gram hennep en hasj had voorhanden en professioneel vuurwerk in een woning aan de Nieuwe Binnenweg. De rechtbank oordeelde dat deze feiten strafbaar zijn en veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 100 uur, met aftrek van voorarrest.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 30 maanden geëist, maar de rechtbank hield rekening met het ontbreken van eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en de aard van het bewezenverklaarde. Tevens werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf, omdat de proeftijd nog niet was ingegaan op het moment van de bewezenverklaarde feiten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 4 november 2024.