Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het tenlastegelegde, met uitzondering van het onderdeel ‘tongzoenen’;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, een drugsverbod, een contactverbod en een locatieverbod.
4.Waardering van het bewijs
op 14 juli 2024 te Rotterdam,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer]
(geboren op [geboortedatum 2] 2011) seksuele handelingen heeft verricht, te
weten
- het betasten van en likken aan de
borsten van die [slachtoffer] en
- het tongzoenen met die [slachtoffer] ,
en welke aanranding werd voorafgegaan door,
envergezeld van
dwang, geweld en bedreiging door
- het psychisch overwicht dat hij, verdachte, als zijnde de vader van die
[slachtoffer] , op die [slachtoffer] had en
- het aanwenden van zijn ouderlijk gezag jegens die [slachtoffer] , waardoor
hij, verdachte, haar zijn wil heeft opgedrongen en haar aan zijn wil
heeft onderworpen en de wil van haar heeft gemanipuleerd en
- die [slachtoffer] de woorden toe te voegen: “Ga op het bed liggen. Ik heb
hier een mes. Niet schreeuwen anders ga ik je dood maken. Ga liggen."
en "Ik ga je levend begraven als je gaat schreeuwen.” en
- het voorbijgaan aan de verbale en fysieke uitingen van die [slachtoffer]
dat zij het niet wilde en
- (stevig) vasthouden van die [slachtoffer] .
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;
9 (negen) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
€ 1.500,- (zegge: eenduizendvijfhonderd euro), als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer] te betalen
€ 1.500,-(hoofdsom,
zegge: eenduizendvijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.500,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
25 dagen;de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.