Op 10 augustus 2020 drong verdachte samen met een ander midden in de nacht de woning van twee aangeefsters binnen te Rotterdam. Tijdens deze inbraak mishandelden zij de aangeefsters door hardhandig vastpakken, slaan en van de trap sleuren. De mishandeling leidde tot blijvende psychische klachten bij de slachtoffers.
De rechtbank sprak verdachte vrij van afpersing wegens onvoldoende bewijs dat hij met geweld informatie probeerde af te dwingen. De woorden ‘Die Mexicaan weet alles van je’ waren onvoldoende om afpersing aan te tonen, en eerdere incidenten konden niet aan verdachte worden toegerekend.
Verdachte werd wel schuldig bevonden aan medeplegen van mishandeling en het wederrechtelijk binnendringen van de woning. De nauwe en bewuste samenwerking met een medeverdachte werd bewezen geacht. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de psychische impact op de slachtoffers.
De straf werd vastgesteld op een gevangenisstraf van zes maanden, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht. De rechtbank wees een gevangenneming af wegens onvoldoende vluchtgevaar en beperkte overschrijding van de redelijke termijn.