Woonstad Rotterdam heeft de huurovereenkomst met eiser buitengerechtelijk ontbonden nadat in de woning een handelshoeveelheid soft- en harddrugs werd aangetroffen. De burgemeester sloot de woning voor drie maanden. De kantonrechter verklaarde de ontbinding rechtsgeldig en veroordeelde eiser tot ontruiming binnen 14 dagen, met uitvoerbaarheid bij voorraad.
Eiser vorderde in kort geding een verbod op de tenuitvoerlegging van dit vonnis, dan wel opschorting van de ontruiming, in afwachting van het hoger beroep. De rechtbank overwoog dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard met een gemotiveerde belangenafweging, waardoor slechts bij nieuwe feiten of een kennelijke misslag schorsing mogelijk is.
De stellingen van eiser bevatten geen nieuwe feiten die een heroverweging rechtvaardigen. De gevolgen van ontruiming zijn inherent aan ontbinding van de huurovereenkomst en geen concrete noodtoestand is aannemelijk gemaakt. Daarom worden de vorderingen afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten.