ECLI:NL:RBROT:2024:11154
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens illegale seksinrichting
Verzoeker huurt sinds 2021 een woning die door de burgemeester op 21 oktober 2024 is gesloten wegens het exploiteren van een illegale seksinrichting zonder vergunning. De sluiting is gebaseerd op een melding van overlast en een bestuurlijke controle waarbij prostitutieactiviteiten werden vastgesteld. Verzoeker was niet op de hoogte van het besluit, maar heeft tijdig bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was om de woning met spoed te sluiten zonder voorafgaande zienswijze, gezien de ernst van de overtreding en het spoedeisende belang. Er was voldoende bewijs van illegale prostitutieactiviteiten, waaronder verklaringen van een sekswerker en een buurtonderzoek.
Hoewel de sluiting grote gevolgen heeft voor verzoeker, waaronder het risico op dakloosheid en het niet kunnen ontvangen van zijn kinderen, is hij als huurder verantwoordelijk voor wat in zijn woning gebeurt. De voorzieningenrechter vindt de sluiting niet onevenwichtig omdat verzoeker naliet toezicht te houden op het gebruik van zijn woning.
De burgemeester heeft het belang van herstel van de openbare orde en het woon- en leefklimaat zwaarder mogen laten wegen dan het belang van verzoeker. Het verzoek om opheffing van de sluiting wordt daarom afgewezen en de woning blijft voor de duur van één maand gesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens illegale seksinrichting wordt afgewezen en de woning blijft voor één maand gesloten.