Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan veertien schuldeisers, waarbij een betaling van 3,79% van de totale schuldenlast werd voorgesteld, gebaseerd op haar PW-uitkering en vrijstelling van sollicitatieplicht. Dertien schuldeisers gingen akkoord, maar één schuldeiser weigerde vanwege onenigheid over de eindafrekening energie 2022.
De rechtbank weegt het belang van de schuldeiser tegen dat van verzoekster en de overige schuldeisers. Gezien het aandeel van de schuldeiser in de totale schuld (9,4%), de instemming van de meerderheid, en de toetsing van het voorstel door een onafhankelijke partij, oordeelt de rechtbank dat het aanbod het uiterste is wat verzoekster kan bieden.
Daarnaast is verzoekster niet in staat om inkomen te verwerven boven haar huidige PW-uitkering en is zij vrijgesteld van sollicitatieplicht. De schuldregeling biedt een gunstiger resultaat dan de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), die hogere kosten met zich meebrengt en uitkering pas aan het einde oplevert.
Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser om in te stemmen met de schuldregeling, veroordeelt deze in de proceskosten, en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de WSNP af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.