Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 juni 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de brief van Wooncompas van 27 september 2024, met een bijlage.
Rechtbank Rotterdam
De huurder vorderde dat de verhuurder aansprakelijk werd gesteld voor vermeende gebreken aan de woning, waaronder ernstige schimmelvorming en onvoldoende ventilatiemogelijkheden, en eiste herstel en schadevergoeding van € 10.160,93.
De verhuurder betwistte het bestaan van gebreken en stelde dat de huurder onvoldoende bewijs had geleverd. Tijdens de zitting bleek dat de huurder geen concrete onderbouwing gaf, zoals foto’s of meetgegevens, die het gebrek konden aantonen zoals vereist onder artikel 7:204 BW Pro.
De kantonrechter overwoog dat de ventilatiemogelijkheden voldoende zijn, dat het vermeende optrekkende vocht niet is aangetoond en dat de licht verhoogde luchtvochtigheid waarschijnlijk aan het gebruik door de huurder zelf is toe te schrijven. Ook de schimmelvorming was beperkt en onvoldoende onderbouwd.
Omdat geen gebrek was vastgesteld, werden alle vorderingen afgewezen. De verhuurder bood aan de huurder na het vonnis voorlichting te geven over ventilatie. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten van € 947,-, welke direct uitvoerbaar zijn verklaard.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een gebrek; de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.