Partijen zijn een leer-arbeidsovereenkomst aangegaan die op 31 juli 2023 eindigde. De werknemer meldde zich ziek en er ontstond een geschil over een loonstop die de werkgever toepaste van 14 maart tot en met 31 mei 2022 wegens vermeende weigering passend werk te verrichten. De werknemer vorderde loonbetaling en vergoeding van niet opgenomen vakantie-uren.
De kantonrechter oordeelt dat het werk op de aangewezen afdeling niet passend was, ondersteund door een deskundigenoordeel van het UWV. De loonstop was daarom onterecht en het loon over genoemde periode wordt toegewezen. De wettelijke rente wordt toegekend, maar de wettelijke verhoging wordt gematigd tot nihil vanwege het ontbreken van initiatief van de werknemer.
Ten aanzien van de vakantie-uren oordeelt de kantonrechter dat de werkgever terecht deze uren mocht afschrijven, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat de werknemer totaal niet in staat was tot re-integratie. Incassokosten worden toegewezen en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten, omdat zij pas na dagvaarding aan haar betalingsverplichtingen voldeed.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige is afgewezen.