Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:11266

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 september 2024
Publicatiedatum
13 november 2024
Zaaknummer
C/10/24/316 F
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 lid 1 FwArt. 8 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen faillietverklaring niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn

De besloten vennootschap MC Makelaardij & Vastgoed Management B.V. heeft verzet ingesteld tegen haar faillietverklaring, welke op 13 augustus 2024 door de rechtbank Rotterdam was uitgesproken. Verzoekster stelde het verzet op 13 september 2024 in, een maand na de faillissementsuitspraak.

Volgens artikel 8 lid 1 Faillissementswet Pro heeft de schuldenaar die niet op de aanvraag is gehoord, veertien dagen na de uitspraak recht op verzet. Verzoekster beriep zich op artikel 8 lid 2 Fw Pro, dat de termijn verlengt tot een maand indien de schuldenaar zich ten tijde van de uitspraak buiten Europees Nederland bevindt. Verzoekster stelde dat haar bestuurder op de datum van de uitspraak in Bulgarije verbleef, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet betekent dat verzoekster zelf buiten Europees Nederland was, aangezien haar statutaire en bezoekadres in Capelle aan den IJssel waren.

De rechtbank achtte het verzet daarom niet tijdig en vond geen uitzonderingen die strikte termijnhandhaving konden doorbreken. Verzoekster was op de hoogte van de faillissementsaanvraag en de behandelingsdatum, en haar advocaat was geïnformeerd over het vonnis. De rechtbank verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk, waardoor inhoudelijke behandeling van het verzet achterwege bleef.

Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet tegen faillietverklaring wegens overschrijding van de verzetstermijn.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verzet niet-ontvankelijk
insolventienummer C/10/24/316 F
uitspraakdatum: 19 september 2024
Vonnis op het verzoekschrift van:
de besloten vennootschap
MC Makelaardij & Vastgoed Management B.V.,
gevestigd [adres]
[postcode] Capelle aan den IJssel ,
verzoekster,
advocaat: mr. S.W. Margetson,
strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 13 augustus 2024, waarbij zij op verzoek van:
de stichting
Stichting Bewaarder R3fund Residential Rotterdam4,
gevestigd te Amsterdam
verweerster,
advocaat: mr. Th. Visser
in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. M. Aukema tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. S.T. van Gestel als curator.

1.De procedure

Het verzoekschrift is op 13 september 2024 ter griffie ontvangen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

De rechtbank moet eerst beoordelen of het verzet tijdig is ingesteld.
Ingevolge artikel 8 lid 1 Faillissementswet Pro (hierna: Fw) heeft de schuldenaar die in staat van faillissement is verklaard, als de schuldenaar niet op de aanvraag tot faillietverklaring is gehoord, gedurende veertien dagen na de dag van de uitspraak recht van verzet.
Verzoekster, die niet op de faillissementsaanvraag is gehoord, heeft het verzet een maand na de dag van de faillissementsuitspraak ingesteld. Verzoekster beroept zich daarbij op artikel 8 lid 2 Fw Pro, volgens welke bepaling de termijn voor het instellen van verzet wordt verlengd tot een maand als de schuldenaar die niet op het faillissementsverzoek is gehoord, zich ten tijde van de uitspraak niet binnen het Rijk in Europa bevond. Volgens verzoekster geldt de termijn van een maand omdat haar (middellijk) bestuurder op 13 augustus 2024 in Bulgarije was, zodat verzoekster zich toen buiten Europees Nederland bevond.
Verzoekster is statutair gevestigd te Capelle aan den IJssel en zij heeft haar bezoekadres in dezelfde plaats. Dat was ook op 13 augustus 2024 het geval.
De omstandigheid dat haar (middellijk) bestuurder op 13 augustus 2024 (mogelijk) in Bulgarije was, brengt niet met zich mee dat verzoekster zich toen buiten Europees Nederland bevond.
Het verzet is derhalve niet-tijdig ingesteld en er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen op de regel dat aan de termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel strikt de hand moet worden gehouden.
Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verzoekster blijkens haar brief van 6 augustus 2024 aan de rechtbank op de hoogte was van de faillissementsaanvraag en de behandelingsdatum van 13 augustus 2024, dat haar advocaat blijkens zijn e-mail van
20 augustus 2024 aan de rechtbank op de hoogte was van het faillissementsvonnis en dat de griffie het faillissementsvonnis en het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de faillissementsaanvraag op 21 augustus 2024 per e-mail aan de advocaat heeft gezonden.
De rechtbank zal verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. Aan behandeling van de gronden voor het verzet komt de rechtbank daardoor niet toe.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 september 2024. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.