Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- mevrouw S. Ramlal, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer E. Bozkurt, werkzaam bij Lage Landen Bewindvoering (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan 21 schuldeisers, waaronder één preferente schuldeiser met een vordering van 71,4% van de totale schuldenlast. Twintig schuldeisers stemden in, maar één schuldeiser weigerde mee te werken. De rechtbank beoordeelde of deze weigering redelijk was, waarbij werd meegewogen dat verzoekers onder beschermingsbewind staan en geen nieuwe schulden maken.
De regeling is gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoekers, waarbij verzoeker AOW ontvangt en fulltime werkt, en verzoekster vanwege intensieve zorg voor hun meerderjarige zoon niet werkt. Schuldhulpverlening stelde de startdatum van het minnelijk traject uit vanwege loonbeslag.
De rechtbank concludeerde dat het voorstel het uiterste is wat verzoekers kunnen bieden en dat de belangen van verzoekers en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar. De rechtbank beveelt de schuldeiser om in te stemmen met de regeling, veroordeelt deze in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot schuldsanering af.