ECLI:NL:RBROT:2024:1132

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
10789830 CV EXPL 23-29902
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:265 BWArt. 7:225 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst woning wegens huurachterstand en ontruiming

De zaak betreft een huurovereenkomst van een woning te Hoek van Holland, waarbij de huurder een huurachterstand van €2.990,41 heeft opgebouwd. De Woningbouwvereniging vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstand met rente en incassokosten.

De huurder betwist de hoogte van de achterstand en stelt dat zij altijd de huur betaalt, ondanks boetes bij te late betaling. De kantonrechter oordeelt dat de huurder vanaf medio 2017 vrijwel altijd te laat betaalde en dat de huurachterstand inmiddels overeenkomt met ruim vijf maanden huur, wat ontbinding rechtvaardigt.

De kantonrechter wijst de vorderingen grotendeels toe, inclusief incassokosten en wettelijke rente. De huurder moet binnen veertien dagen de woning ontruimen en vanaf maart 2024 een gebruiksvergoeding betalen tot de ontruiming. Tijdens de mondelinge behandeling is een mogelijke betalingsregeling besproken, waarbij uitvoering van het vonnis wordt opgeschort indien de huurder uiterlijk 1 maart 2024 een acceptabel voorstel doet en nakomt.

De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van €1.211,85. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10789830 CV EXPL 23-29902
datum uitspraak: 16 februari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Woningbouwvereniging Hoek van Holland,
vestigingsplaats: Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde01],
woonplaats: Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘de Woningbouwvereniging’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 24 oktober 2023, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
  • de akte van de Woningbouwvereniging van 5 januari 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 18 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken met [naam01] van Flanderijn namens de Woningbouwvereniging en [gedaagde01] .

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Deze zaak gaat over de woning aan de [adres01] in Hoek van Holland, die [gedaagde01] huurt van de Woningbouwvereniging. De Woningbouwvereniging stelt dat [gedaagde01] een flinke huurachterstand heeft laten ontstaan die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De Woningbouwvereniging eist dat de huurovereenkomst wordt ontbonden, dat [gedaagde01] wordt veroordeeld de woning te ontruimen en de huurachterstand te betalen met rente en kosten en (een bedrag gelijk aan) de huur per maand totdat de woning is ontruimd. [gedaagde01] is het daar niet mee eens. Zij brengt naar voren dat ze meteen een boete moet betalen als ze de huur niet voor de eerste dag van de maand betaalt, maar dat ze wel altijd elke maand de huur betaalt.
De kantonrechter geeft de Woningbouwvereniging gelijk en wijst de eis grotendeels toe.
Huurachterstand
2.2.
[gedaagde01] moet € 2.990,41 aan huurachterstand betalen, berekend tot en met februari 2024. Alles wat [gedaagde01] heeft betaald is in dit bedrag verwerkt en daarbij zitten dus ook geen boetebedragen, zoals [gedaagde01] denkt. Tijdens de zitting is afgesproken dat de betaling van [gedaagde01] van 5 januari 2024 wordt toegerekend aan de huur voor februari 2024. [gedaagde01] moet de eerstvolgende huurbetaling dan (pas) vóór 1 maart 2024 te doen, zodat zij vanaf nu met haar vierwekelijks loon voortaan op tijd (dus vóór elke eerste van de maand) de huur kan blijven voldoen.
Incassokosten en rente
2.3.
De incassokosten van € 235,98 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro). Ook de rente wordt toegewezen, omdat de Woningbouwvereniging genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning
2.4.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde01] verplicht is de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW Pro). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een huurachterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. [1] De kantonrechter heeft rekening gehouden met de volgende omstandigheden, die volgen uit de processtukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken.
[gedaagde01] woont sinds 1994 in de woning. Er wonen twee meerderjarige kinderen bij haar. [gedaagde01] heeft een zwaarwegend belang bij het behoud van haar woning, terwijl de Woningbouwvereniging groot belang heeft bij een huurder die de huur volledig en op tijd betaalt. [gedaagde01] heeft de huur (in ieder geval) vanaf medio 2017 bijna altijd te laat betaald (niet vóór de eerste van de maand) en is daar ook meerdere keren over aangeschreven door de verhuurder. Vanaf medio 2017 is er bijna altijd een kleine huurachterstand geweest, die inmiddels is opgelopen tot een bedrag dat overeenkomt met ruim vijf maanden huur. De Woningbouwvereniging heeft in juli 2023 de toen bestaande huurachterstand en de contactgegevens van [gedaagde01] doorgegeven aan de gemeente in het kader van schuldhulpverlening, maar [gedaagde01] zegt geen hulp van de gemeente te willen bij het oplossen van haar schulden. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat ze bezig is met haar werkgever om te kijken naar mogelijkheden om haar schulden op te lossen. [gedaagde01] heeft echter tijdens deze rechtszaak niet laten zien dat zij op korte termijn de huurachterstand zou kunnen aflossen en de lopende huur op tijd kan betalen.
2.5.
[gedaagde01] moet de woning met al haar spullen en medebewoners verlaten, omdat de huurovereenkomst is ontbonden. Zij moet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning verlaten. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde01] een bedrag aan huur dan wel gebruiksvergoeding van € 530,49 per maand betalen (artikel 7:225 BW Pro).
Toezegging verhuurder; alsnog een betalingsregeling?
2.6.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde01] gezegd dat zij met haar werkgever bezig is met een oplossing voor haar schulden en dus ook voor de huurachterstand. De Woningbouwvereniging heeft tijdens de mondeling behandeling toegezegd dat zij dit vonnis niet ten uitvoer zal leggen als [gedaagde01] met behulp van haar werkgever uiterlijk 1 maart 2024 een concreet en acceptabel voorstel doet om de huurachterstand en kosten af te lossen, die betalingsregeling goed nakomt en de lopende huur op tijd betaalt. [gedaagde01] doet er dus goed aan om zo snel mogelijk met haar werkgever een voorstel voor een betalingsregeling te maken en die tijdig voor te leggen aan de gemachtigde van de Woningbouwvereniging.
Proceskosten
2.7.
[gedaagde01] moet de proceskosten betalen, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van de Woningbouwvereniging op € 129,85 aan dagvaardingskosten, € 487,00 aan griffierecht, € 476,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 238,00) en € 119,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.211,85. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan de Woningbouwverenging te betalen € 2.990,41 aan huurachterstand berekend tot en met februari 2024, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 24 oktober 2023 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde01] om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres01] in Hoek van Holland te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde01] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van de Woningbouwvereniging te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde01] om vanaf maart 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan de Woningbouwvereniging te betalen € 530,46 per maand met de verhoging die is toegestaan;
3.4.
veroordeelt [gedaagde01] om aan de Woningbouwverenging te betalen € 235,98 aan incassokosten;
3.5.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van de Woningbouwvereniging worden begroot op € 1.211,85;
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
34286

Voetnoten

1.Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.