ECLI:NL:RBROT:2024:11327
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens kennelijke schijn van partijdigheid
In deze civielrechtelijke procedure tussen twee eisers en een gedaagde heeft de rechter mr. D. van Dooren een verzoek tot verschoning ingediend. De reden voor dit verzoek is dat de rechter en één van de eisers elkaar kennen van hun lidmaatschap van dezelfde studentenvereniging, waar zij destijds regelmatig contact hadden en waar zij nog jaarlijks op kleine schaal activiteiten bijwonen.
De rechtbank heeft overwogen dat hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, de omstandigheden wel objectief de schijn van partijdigheid kunnen wekken. Dit is mede versterkt doordat de rechter zelf het verzoek tot verschoning heeft ingediend, wat een zwaarwegende aanwijzing vormt.
Op grond hiervan heeft de rechtbank het verzoek tot verschoning toegewezen om de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer voor verschoningszaken en ondertekend door de voorzitter en twee rechters.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het voorkomen van zelfs de schijn van partijdigheid in het rechtssysteem, ook als er geen concrete aanwijzingen zijn voor subjectieve vooringenomenheid.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens de schijn van partijdigheid.