Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
- € 8.218,50 aan achterstallige huur tot de maand juli 2024;
- € 950,98 aan incassokosten;
Rechtbank Rotterdam
Havensteder verhuurt sinds 1 augustus 2019 een woning aan de gedaagde in Capelle aan den IJssel. Door het ontstaan van een huurachterstand eist Havensteder ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand en lopende huur.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat het huurprijswijzigingsbeding in de Algemene huurvoorwaarden onredelijk bezwarend en daarmee oneerlijk is volgens Richtlijn 93/13 EG. Dit beding gaf de verhuurder het recht om de huur jaarlijks te verhogen met maximaal 5%, ook als dit niet marktconform was. Dit verstoort het evenwicht tussen partijen en wordt vernietigd, waardoor de oorspronkelijke kale huurprijs van € 1.020,- blijft gelden.
De huurachterstand wordt vastgesteld op € 8.218,50 tot juli 2024, rekening houdend met te veel betaalde bedragen. De gevorderde rente wordt afgewezen vanwege een eveneens oneerlijk boetebeding in de Algemene huurvoorwaarden. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot € 950,98. Gezien de achterstand van acht maanden wordt de huurovereenkomst ontbonden en de gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis.
Daarnaast moet de gedaagde vanaf juli 2024 tot de ontruimingsdatum een maandelijkse vergoeding van € 1.030,35 betalen. De proceskosten worden aan de zijde van Havensteder vastgesteld op € 1.135,39 en aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat directe uitvoering mogelijk is.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de woning moet worden ontruimd en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand en incassokosten.