ECLI:NL:RBROT:2024:11369

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
C/10/681400 / HA RK 24-592
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273 lid 1 SvArt. 27a lid 1 SvArt. 8 Wrakingsprotocol Rechtbank Rotterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens gebrek aan motivatie en gegrondheid

Verzoeker heeft tijdens een strafzitting op 20 juni 2024 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die zijn strafzaak behandelt. Hij stelde dat zijn recht op privacy was geschonden doordat de politierechter zijn adresgegevens had voorgelezen en vermoedde dat de procedure niet volgens de regels verliep.

De wrakingskamer heeft verzoeker vervolgens schriftelijk verzocht om vóór 15 juli 2024 een nadere toelichting te geven op de feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter zouden kunnen aantasten. Verzoeker heeft hier niet op gereageerd, waardoor het wrakingsverzoek feitelijk niet gemotiveerd bleef.

De wrakingskamer heeft het verzoek daarom met toepassing van het Wrakingsprotocol van de Rechtbank Rotterdam zonder mondelinge behandeling niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast is het verzoek ongegrond voor zover het gebaseerd is op het feit dat de rechter de adresgegevens van verzoeker heeft gecontroleerd, aangezien dit een wettelijke verplichting is volgens artikel 273 lid 1 Sv Pro in samenhang met artikel 27a lid 1 Sv.

De beslissing werd op 26 juli 2024 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerde toelichting en ongegrond verklaard waar het ziet op de controle van adresgegevens door de rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer
zaak- en rekestnummer: C/10/681400 / HA RK 24-592
Beslissing van 26 juli 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
woonplaats: Rotterdam,
hierna te noemen: verzoeker.
strekkende tot de wraking van
mr. G.P. van de Beek,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de strafzaak tegen verzoeker. Deze strafzaak heeft het parketnummer 10/048483-24. Het dossier van deze strafzaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.
1.2.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het wrakingsverzoek van verzoeker, op 20 juni 2024 mondeling gedaan tijdens de terechtzitting in de hiervoor onder 1.1. genoemde zaak;
  • het proces-verbaal van de hiervoor genoemde terechtzitting;
  • de brief van 3 juli 2024 van de wrakingskamer aan verzoeker.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Verzoeker heeft tijdens de terechtzitting op 20 juni 2024 gezegd dat (1) zijn recht op privacy is geschonden door het voorlezen van de adresgegevens door de politierechter, (2) hij denkt dat het niet volgens de regels is gegaan en hij de rechter daarom wil wraken en (3) hij schriftelijk wil laten weten waaruit blijkt dat de politierechter bevooroordeeld is. Gelet op deze laatste opmerking is verzoeker bij brief van 3 juli 2024 door de wrakingskamer in de gelegenheid gesteld om vóór 15 juli 2024 toe te lichten welke feiten of omstandigheden zich hebben voorgedaan waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Verzoeker heeft niet op die brief gereageerd. Daardoor is het wrakingsverzoek van verzoeker feitelijk niet gemotiveerd. Gelet daarop wordt het wrakingsverzoek met toepassing van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van de Rechtbank Rotterdam, zonder een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, niet-ontvankelijk verklaard.
2.2.
Overigens is het wrakingsverzoek ongegrond voor zover de grondslag is gelegen in het feit dat de rechter de adresgegevens van verzoeker als verdachte heeft gecontroleerd. De rechter is daartoe namelijk verplicht gelet op art. 273 lid 1 Sv Pro in samenhang met art. 27a lid 1 Sv.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. de Geus, voorzitter, mr. M.G.L. de Vette en mr. W.J.M. Diekman, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.