Verzoekster, die haar woning heeft moeten verlaten na vier incidenten met explosieven, vroeg om een urgentieverklaring op grond van bedreiging en geweld. SUWR wees dit af omdat de politie geen aanleiding zag voor urgentie. Verzoekster verbleef tijdelijk bij familie en had geen uitzicht op een eigen woning, wat leidde tot een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster wel degelijk een spoedeisend belang heeft en dat de situatie uitzonderlijk is vanwege de ernstige bedreigingen en het feit dat zij haar woning heeft moeten ontruimen. Hoewel verzoekster niet volledig voldoet aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring, gaf de rechter SUWR de opdracht om tijdens bezwaar de hardheidsclausule te onderzoeken.
De voorlopige voorziening houdt in dat verzoekster wordt beschouwd als in het bezit van een urgentieverklaring tot zes weken na beslissing op bezwaar. Tevens werd SUWR veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt niet in een bodemprocedure.