Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 maart 2024, met bijlagen 1 tot en met 18;
- het antwoord, met bijlagen 1 tot en met 5;
- de mail van [gedaagde] , met bijlage 6.
Rechtbank Rotterdam
Stichting Woonstad Rotterdam vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning die zij verhuurt aan de gedaagde, omdat deze niet zijn hoofdverblijf in de woning heeft. Na signalen in 2022 werd onderzoek verricht door Woonstad en de gemeente Rotterdam, waarbij herhaaldelijk bleek dat de huurder niet aanwezig was en buren hem nauwelijks zagen. Verzoeken om bewijs van hoofdverblijf werden niet of onvoldoende beantwoord.
De rechtbank oordeelt dat de huurder tekort is geschoten in zijn verplichting om hoofdverblijf in de woning te hebben, zoals vereist in de algemene voorwaarden. Ondanks het feit dat de huurder is ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres, is dit onvoldoende om het hoofdverblijf aan te tonen. De huurder heeft geweigerd aanvullende informatie te verstrekken uit privacyoverwegingen, wat niet tot zijn voordeel werkt.
De ontbinding van de huurovereenkomst wordt toegewezen en de gedaagde wordt veroordeeld de woning binnen veertien dagen na betekening te ontruimen. De vordering tot betaling van misgelopen huurharmonisatie wordt afgewezen vanwege betwisting over de maximale huurprijs. De proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen.