ECLI:NL:RBROT:2024:11400

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
15 november 2024
Zaaknummer
10-303577-23/ 24-020045 en 24-020046
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken tot schadevergoeding na inverzekeringstelling wegens vuurwapenbezit

De rechtbank Rotterdam behandelde op 11 oktober 2024 verzoeken van een verdachte tot vergoeding van schade en kosten op grond van artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering. De verzoeker had drie dagen in verzekering doorgebracht nadat een vuurwapen in zijn broeksband was aangetroffen tijdens zijn opname in het ziekenhuis, waar hij lag als gevolg van een schietincident waarbij hij zelf slachtoffer was.

De officier van justitie stelde dat het vuurwapen echt en functionerend was en dat het bezit daarvan aan de verzoeker te wijten was. Het sepot was een beleidssepot vanwege de gezondheidstoestand van de verzoeker. De rechtbank oordeelde dat de inverzekeringstelling grotendeels aan de verzoeker zelf te wijten was en dat hij geen schade had geleden doordat hij tijdens de gehele periode in het ziekenhuis verbleef, onafhankelijk van de inverzekeringstelling.

Daarom ontbraken gronden van billijkheid voor vergoeding van zowel de immateriële schade als de kosten van rechtsbijstand. De verzoeken werden dan ook afgewezen. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.

Uitkomst: Verzoeken tot vergoeding van schade en kosten na inverzekeringstelling worden afgewezen wegens ontbreken van gronden van billijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Rotterdam
parketnummer : 10-303577-23
raadkamernummers: 24-020045 en 24-020046
datum : 11 oktober 2024
Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van de artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[naam verzoeker] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
mr. T. Altindag, advocaat te Rotterdam.

Procedure

Het verzoekschrift is op 12 augustus 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 11 oktober 2024 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
De advocaat en de officier van justitie mr. M. van Heemst zijn op zitting gehoord.
De verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Inhoud verzoeken

Verzoek artikel 533 Sv Pro
Verzocht is dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor:
- immateriële schade als gevolg van het voorarrest, verzocht is een bedrag van
€ 390,=.
ToelichtingNamens de verzoeker is aangevoerd dat hij 3 dagen in verzekering heeft doorgebracht. De omstandigheden waaronder het vuurwapen is aangetroffen zijn hier van belang. De verzoeker was zelf neergeschoten. Er waren geen aanwijzingen dat hij het vuurwapen daarvoor bij zich had of heeft gepakt. Het lijkt er daarom op dat degene die hem heeft neergeschoten het vuurwapen bij hem heeft achtergelaten. Er was op dat moment veel aan de hand. De verzoeker heeft ontkend en weet niet wat er is gebeurd.
Verzoek artikel 530 Sv Pro
Voorts is verzocht dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor:
- kosten voor rechtsbijstand, gemaakt in verband met het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift ter hoogte van het forfaitaire bedrag van € 680,=.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie verzet zich tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding. De berekening van de voorlopige hechtenis klopt niet (2 dagen in verzekering gesteld) en er zijn geen gronden van billijkheid. Op basis van het dossier is vast komen staan dat hij in het bezit was van een vuurwapen, dat het een echt vuurwapen betrof en dat de werking van het vuurwapen goed was. Dat verzoeker zelf het slachtoffer is geworden van een schietincident doet daaraan niets af. Het sepot betrof een beleidssepot in verband met de gezondheidstoestand van verzoeker (sepotcode 53). Slechts buiten de inhoud van de zaak gelegen redenen heeft het OM gebracht tot niet (verdere) vervolging. Daarbij komt dat de verzoeker de gehele periode dat hij in verzekering gesteld is geweest in het ziekenhuis lag. Dat was ook zo geweest als de verzoeker niet in verzekering was gesteld, waardoor geen sprake is van schade.

Feiten

De officier van justitie heeft beslist de verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 17 mei 2024 aan verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk.

Beoordeling

Verzoek artikel 533 Sv Pro
Vooropgesteld wordt dat de rechtbank ingevolge artikel 533 Sv Pro op verzoek van de gewezen verdachte – indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel – hem een vergoeding kan toekennen voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane verzekering heeft geleden. De toekenning van een dergelijke vergoeding heeft ingevolge artikel 534 Sv Pro plaats indien hiervoor naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Uit de feiten volgt dat de strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
Uit het dossier blijkt dat medewerkers van het Erasmus Medisch Centrum een vuurwapen hebben aangetroffen in de broeksband van verzoeker. Nog daargelaten of verzoeker wel schade heeft geleden door de inverzekeringstelling, nu deze in het ziekenhuis, waar verzoeker buiten toedoen van justitie lag, ten uitvoer is gelegd – heeft verzoeker het – door een vuurwapen te dragen - in overwegende mate aan zichzelf te wijten dat hij in verzekering is gesteld. Het is dan niet redelijk dat de staat zijn gestelde schade vergoedt. De rechtbank ziet dan ook geen gronden van billijkheid voor toekenning van de gevraagde schadevergoeding.
Verzoek artikel 530 Sv Pro
De beslissing van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 533 Sv Pro brengt met zich dat er in deze zaak ook geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. Ook dit
verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
t.a.v. het onder RK-nummer 24-020045 ingeschreven verzoek:
wijst het verzoek af.
t.a.v. het onder RK-nummer 24-020046 ingeschreven verzoek:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. A.M.G. van de Kragt, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 2
t.a.v. de bijzondere raadkamer
email: bijzondere.raadkamer.rb.rotterdam@rechtspraak.nl

AFSTANDSVERKLARING van gemachtigd raadsman/vrouw

Mr. ………………………… raadsman/vrouw* van ………………………
verder te noemen verzoeker verklaart hierbij:
dat hij/zij kennis heeft genomen van de beschikking(en) ex artikel(en) 533 (oud 89) en / of 530 (oud 591a) van het Wetboek van Strafvordering gegeven d.d. ………………… op verzoek van verzoeker voornoemd;
dat hij/zij namens verzoeker instemt met het niet betekenen van de hierboven genoemde
beschikking(en) aan verzoeker;
dat hij/zij namens verzoeker afstand doet van het recht om hoger beroep aan te tekenen tegen de hierboven genoemde beschikking(en);
Ondertekening:
Naam Plaats ondertekening
……………………. ……………………..
Datum ondertekening
…………………….
*doorhalen wat niet van toepassing is