AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toekenning schadevergoeding wegens onterechte vrijheidsbeneming na onontvankelijkverklaring OM
Verzoeker heeft drie dagen onterecht vastgezeten in afwachting van de beslissing op de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf. De officier van justitie had deze vordering ingediend terwijl reeds definitief was beslist over de tenuitvoerlegging van het resterende voorwaardelijke strafdeel. De rechter-commissaris verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in deze vordering, maar verzoeker zat desondanks vast.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker geen verwijt kan worden gemaakt voor het onterecht vastzitten, omdat het locatieverbod niet meer van kracht was en de vertraging in verwerking van de beslissing niet aan hem te wijten is. Daarom kent de rechtbank op grond van artikel 537 SvPro een vergoeding van € 390 toe voor de immateriële schade.
Daarnaast wordt op grond van artikel 530 SvPro een vergoeding van € 680 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in verband met het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De officier van justitie verzette zich tegen de vergoeding, maar de rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig.
De beslissing is op 11 oktober 2024 in openbare raadkamer uitgesproken door rechter A.M.G. van de Kragt. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van € 390 voor onterechte vrijheidsbeneming en € 680 voor kosten rechtsbijstand toegekend.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Rotterdam
parketnummer : 10-019250-23
raadkamernummers: 24-019025 en 24-019026
datum : 11 oktober 2024
Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van de artikelen 537 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[naam verzoeker] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
voor deze zaak domicilie kiezende te (3071 AA) Rotterdam, Laan op Zuid 386,
ten kantore van zijn advocaat mr. D.C.D. Newoor.
Procedure
Het verzoekschrift is op 26 juli 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 11 oktober 2024 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
De advocaat en de officier van justitie mr. M. van Heemst zijn op zitting gehoord.
De verzoeker heeft door middel van een afstandsverklaring afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
Verzocht is dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor:
- immateriële schade als gevolg van vrijheidsbeneming voorafgegaan aan de beslissing op de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf, verzocht is een bedrag van € 390,=.
ToelichtingNamens de verzoeker is aangevoerd dat hij 3 dagen gedetineerd is geweest in afwachting van de beslissing op de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf. Op 8 juli 2024 is van het gedeelte van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dat nog openstond, de gehele tenuitvoerlegging bevolen. Vanaf dat moment dacht verzoeker dat er geen bijzondere voorwaarden meer van kracht waren. Kort hierna is hij aangehouden vanwege overtreding van het locatieverbod dat (eerder) van kracht was. Hierop heeft de officier van justitie de voorlopige tenuitvoerlegging gevorderd. De rechter-commissaris heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, gelet op de eerdere beslissing van de rechtbank van 8 juli 2024. Dat deze beslissing nog niet was verwerkt in de politiesystemen dient niet voor rekening te komen van verzoeker. Hij heeft ten onrechte 3 dagen doorgebracht op het politiebureau.
Voorts is verzocht dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor:
- kosten voor rechtsbijstand, gemaakt in verband met het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift ter hoogte van het forfaitaire bedrag van € 680,=.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie verzet zich tegen toekenning van de gevraagde vergoeding. Er zijn geen gronden van billijkheid. Het OM is eerder niet-ontvankelijk verklaard, omdat al definitief was beslist op de vordering. Desalniettemin heeft verzoeker het locatieverbod overtreden. Dit is laakbaar gedrag. Dat de vordering niet meer gelast kon worden, maakt dat niet anders. Bovendien was de beslissing tot tenuitvoerlegging nog niet onherroepelijk, waardoor het locatieverbod nog van kracht was.
Feiten
De rechter-commissaris heeft op 15 juli 2024 beslist dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde vrijheidsstraf, opgelegd aan de verzoeker bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 2 mei 2023.
Vooropgesteld wordt dat ingevolge artikel 537 SvPro aan de verzoeker een vergoeding ten laste van de Staat kan worden toegekend voor schade die hij ten gevolge van vrijheidsbeneming voorafgegaan aan de beslissing op de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging heeft geleden indien de vordering is afgewezen of de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering. De toekenning van een dergelijke vergoeding heeft ingevolge het van toepassing verklaarde artikel 534 SvPro plaats indien hiervoor naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Uit de feiten volgt dat de officier van justitie door de rechter-commissaris niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging, omdat bij beslissing van
8 juli 2024 van deze rechtbank reeds de tenuitvoerlegging is gelast van het (resterende) voorwaardelijke strafdeel waarvan de officier van justitie de voorlopige tenuitvoerlegging vorderde. De rechtbank ziet gronden van billijkheid om aan de verzoeker de gevraagde vergoeding toe te kennen. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen laakbaar gedrag nu het betrokken locatieverbod niet meer gold. Voor indiening van de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging bestond geen grond en dat de officier van justitie daarvan niet tijdig op de hoogte was komt niet voor rekening van de verzoeker. Hij heeft ten onrechte drie dagen vast gezeten en de verzochte schadevergoeding zal dan ook worden toegekend.
Verzocht is om vergoeding van kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het op grond van artikel 530 SvPro ingediende verzoekschrift.
Alle feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker voor de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het op grond van artikel 530 SvPro ingediende verzoekschrift de gevraagde vergoeding van € 680,= toe te kennen.
Beslissing
De rechtbank:
t.a.v. het onder RK-nummer 24-019025 ingeschreven verzoek:
kent aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 390,=
(zegge: driehonderdnegentig euro).
t.a.v. het onder RK-nummer 24-019026 ingeschreven verzoek:
kent aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 680,=
(zegge: zeshonderdtachtig euro).
Deze beslissing is gegeven door:
mr. A.M.G. van de Kragt, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
Bij beschikking van deze rechtbank, enkelvoudige raadkamer, van 11 oktober 2024
(RK-nummer: 24-019025) is op de voet van artikel 537 SvPro aan
[naam verzoeker] , verzoeker,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
een vergoeding uit ’s Rijks kas toegekend van € 390,= (zegge: driehonderdnegentig euro).
Bevolen wordt dat de griffier na het onherroepelijk worden van de beschikking overgaat tot uitbetaling van dit bedrag door overmaking op IBAN-rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van St. Derdengelden Newoor & Purperhart Advocaten, o.v.v. [naam verzoeker] /OM schadevergoeding.
Dit bevelschrift is afgegeven op 11 oktober 2024 door mr. A.M.G. van de Kragt, rechter.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
Bij beschikking van deze rechtbank, enkelvoudige raadkamer, van 11 oktober 2024
(RK-nummer: 24-019026) is op de voet van artikel 530 SvPro aan
[naam verzoeker] , verzoeker,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
een vergoeding uit ’s Rijks kas toegekend van € 680,= (zegge: zeshonderdtachtig euro).
Bevolen wordt dat de griffier na het onherroepelijk worden van de beschikking overgaat tot uitbetaling van dit bedrag door overmaking op IBAN-rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van St. Derdengelden Newoor & Purperhart Advocaten, o.v.v. [naam verzoeker] /OM schadevergoeding.
Dit bevelschrift is afgegeven op 11 oktober 2024 door mr. A.M.G. van de Kragt, rechter.
dat hij/zij kennis heeft genomen van de beschikking(en) ex artikel(en) 533 (oud 89) en / of 530 (oud 591a) van het Wetboek van Strafvordering gegeven d.d. ………………… op verzoek van verzoeker voornoemd;
dat hij/zij namens verzoeker instemt met het niet betekenen van de hierboven genoemde beschikking(en) aan verzoeker;
dat hij/zij namens verzoeker afstand doet van het recht om hoger beroep aan te tekenen tegen de hierboven genoemde beschikking(en);