Partijen zijn een overeenkomst van opdracht aangegaan waarbij eiseres boekhoudkundige werkzaamheden voor de eenmanszaak van gedaagde zou verrichten. Vaststaat dat eiseres deze werkzaamheden ook heeft verricht en dat gedaagde de facturen daarvoor niet heeft betaald.
Gedaagde stelde dat vanaf de oprichting van zijn besloten vennootschap de werkzaamheden voor de eenmanszaak kosteloos erbij zouden worden gedaan, omdat de eenmanszaak geen activiteiten meer verrichtte. Eiseres heeft dit gemotiveerd betwist en gedaagde heeft dit niet kunnen bewijzen.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde gehouden is tot betaling van de facturen ter waarde van € 3.757,50, vermeerderd met rente en incassokosten. Ook worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.