Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan één schuldeiser, waarbij 25,68% van de vordering van €4.248,51 tegen finale kwijting werd voorgesteld, gebaseerd op haar stabiele financiële situatie en ontheffing van arbeidsplicht wegens medische en psychische redenen.
De schuldeiser weigerde in te stemmen met het voorstel, stellende dat het bedrag te laag was. De rechtbank oordeelt dat hoewel schuldeisers in beginsel recht hebben op volledige betaling, de belangenafweging in deze zaak het verzoekster mogelijk maakt om via een dwangakkoord de schuldeiser te dwingen in te stemmen.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel deskundig is getoetst, goed gedocumenteerd en het uiterste is wat verzoekster kan bieden. Gezien haar medische situatie en beperkte verdiencapaciteit is het aannemelijk dat haar inkomen niet zal stijgen. Bovendien levert het akkoord de schuldeiser een gunstiger resultaat op dan een wettelijke schuldsaneringsregeling.
Daarom wordt de schuldeiser bevolen in te stemmen met de schuldregeling, wordt hij veroordeeld in de proceskosten en wordt het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.