Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De huurachterstand ontstond door persoonlijke omstandigheden, waaronder een burn-out en beëindiging van zijn relatie. Verzoeker is inmiddels weer aan het werk en betaalt de lopende huurtermijnen volledig.
Verweerster verhuurt de woning sinds februari 2022 en stelt dat verzoeker al vanaf mei 2022 huurachterstand had en onvoldoende contact zocht met schuldhulpverlening. De rechtbank constateert een bedreigende situatie door het vonnis tot ontruiming en het exploot dat uitvoering aankondigt.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. De voorziening wordt onder voorwaarden toegewezen voor zes maanden, met de verplichting dat lopende termijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek.