ECLI:NL:RBROT:2024:11452
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot doodslag of zware mishandeling van vijf weken oud meisje
Op 16 juli 2020 werd een vijf weken oud meisje met ernstige verwondingen opgenomen in het ziekenhuis, waaronder bloeduitstortingen, botbreuken en hersenletsel. Deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut en het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling concludeerden dat het letsel vrijwel zeker het gevolg was van opzettelijke mishandeling en niet door de bevalling of medische aandoeningen kon worden verklaard.
De verdachte en zijn echtgenote, die samen voor het meisje zorgden, werden verdacht van het toebrengen van dit letsel. Uit het onderzoek bleek echter niet vast te stellen wie van hen het letsel had veroorzaakt, noch of zij dit samen hadden gedaan. De rechtbank kon daardoor het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen verklaren.
De officier van justitie eiste vrijspraak, hetgeen de rechtbank volgde. Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot immateriële schadevergoeding vanwege de vrijspraak. De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven en de benadeelde partij werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot doodslag of zware mishandeling.