ECLI:NL:RBROT:2024:11458
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag of zware mishandeling van vijf weken oude dochter
De verdachte wordt ervan verdacht dat zij, al dan niet samen met haar echtgenoot, heeft geprobeerd hun vijf weken oude dochter om het leven te brengen of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door ernstige mishandeling. Op 16 juli 2020 werd het meisje met ernstige verwondingen opgenomen in het ziekenhuis, waaronder bloeduitstortingen, botbreuken en hersenletsel.
Deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut en het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling concludeerden dat het letsel vrijwel zeker door geweld was toegebracht en niet het gevolg kon zijn van de bevalling of medische aandoeningen. Het letsel was recent en kon niet verklaard worden door gebruikelijke verzorgingshandelingen.
De rechtbank oordeelt dat het letsel is toegebracht toen het meisje onder zorg was van verdachte en haar echtgenoot, maar kan niet vaststellen wat het aandeel van de verdachte hierin is geweest. Medeplegen is niet bewezen omdat het onderzoek geen uitsluitsel geeft over de verdeling van verantwoordelijkheden. Daarom wordt verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde. De vordering van de benadeelde partij wordt afgewezen wegens de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot doodslag of zware mishandeling.