Partijen zijn gehuwd in Syrië, waar het huwelijk rechtsgeldig werd bekrachtigd door een bevoegde islamitische familierechtbank. De vrouw was bij de huwelijksvoltrekking minderjarig, wat volgens Nederlands recht erkenning van het huwelijk in beginsel uitsluit. Omdat zij echter meerderjarig was bij het verzoek tot echtscheiding, erkent de rechtbank het huwelijk en behandelt het verzoek als erkenning gevolgd door ontbinding.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft omdat ten minste één partij in Nederland woonde bij indiening van het verzoek. Nederlands recht is van toepassing op het echtscheidingsverzoek. De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk.
De hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind wordt bij de vrouw vastgesteld, aangezien de man geen bezwaar maakt. De rechtbank stelt een zorgregeling vast waarbij het kind om de week een weekend bij de man verblijft, met een specifieke regeling voor brengen en halen, rekening houdend met de woonplaatsen en veiligheidsoverwegingen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding zelf.