Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 mei 2024, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 17 juli 2024;
- de akte van [eiseres] van 19 augustus 2024 met bijlagen.
2.De beoordeling
3.De beslissing
€ 278,04;
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert de verhuurder betaling van een huurachterstand van €983,76 van huurders die verstek lieten gaan. De kantonrechter beoordeelt ambtshalve de algemene voorwaarden op oneerlijke bepalingen conform Richtlijn 93/13 EG.
De huurprijswijzigingsbepaling, die een maximale stijging van CPI plus 5% toestaat, wordt als oneerlijk aangemerkt omdat een redelijke marktinschatting een stijging van CPI plus 3% rechtvaardigt. Deze bepaling wordt vernietigd, waardoor alleen de oorspronkelijk overeengekomen huur kan worden gevorderd, resulterend in een toegewezen achterstand van €278,04.
Daarnaast wordt het boetebeding dat een boete oplegt bij niet-tijdige betaling als oneerlijk beoordeeld, omdat het afwijkt van de wettelijke regeling die alleen rente en incassokosten toestaat. De gevorderde incassokosten en rente worden daarom afgewezen.
De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en de proceskosten van €473,80. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door kantonrechter I.K. Rapmund.
Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot betaling van €278,04 huurachterstand en proceskosten, incassokosten en rente worden afgewezen wegens oneerlijke bepalingen.