Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Waar gaat de zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 1 november 2024, met bijlagen 1 tot en met 3;
- de mondelinge behandeling op 11 november 2024.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw huurt een woning en de man is na het aangaan van hun relatie bij haar gaan wonen zonder dat hij medehuurder is. Na beëindiging van de relatie heeft de vrouw de man meerdere keren verzocht de woning te verlaten, maar hij is niet vertrokken. De vrouw vordert daarom in kort geding dat de man wordt veroordeeld de woning te ontruimen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het huurcontract uitsluitend op naam van de vrouw staat, waardoor de man geen huurrecht heeft. Een belangenafweging kan niet leiden tot het toekennen van een woonrecht aan de man. De vrouw heeft een spoedeisend belang bij ontruiming omdat samenwonen niet langer houdbaar is.
Er wordt een ontruimingstermijn van één maand vastgesteld, in overeenstemming met de wensen van beide partijen. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 5.000 opgelegd om naleving te bevorderen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld om binnen één maand de woning te verlaten met oplegging van een dwangsom.