ECLI:NL:RBROT:2024:11777

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
27 november 2024
Zaaknummer
C/10/687501 / KG ZA 24-972
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot inzage volledige administratie BV aan mede-aandeelhouder in kort geding

In deze zaak staat centraal of de BV en haar bestuurder verplicht zijn om volledige inzage te geven in de administratie van de BV over de boekjaren 2019 tot en met 2023 aan de mede-aandeelhouder, tevens broer van de bestuurder. De BV was reeds eerder veroordeeld tot inzage over 2019-2022, maar heeft niet voldaan aan deze veroordeling. De voorzieningenrechter oordeelt dat de inzage noodzakelijk is om een algemene vergadering van aandeelhouders te kunnen beleggen waarin de jaarverslagen worden behandeld.

De BV en bestuurder betogen dat een aandeelhouder niet per definitie recht heeft op volledige inzage, en dat de vordering te onbepaald zou zijn. Dit verweer wordt verworpen omdat de BV geen enkele informatie heeft verstrekt, noch vrijwillig noch onder dwang. De bestuurder heeft de macht om de administratie te verstrekken en handelt onrechtmatig door dit niet te doen.

De voorzieningenrechter legt een dwangsom op van €5.000 per dag met een maximum van €100.000 en veroordeelt de BV en bestuurder hoofdelijk tot inzage binnen zeven dagen. Tevens worden zij veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De BV en bestuurder worden veroordeeld om binnen zeven dagen volledige inzage te geven in de administratie over 2019-2023 onder dwangsom.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/687501 / KG ZA 24-972
Vonnis in kort geding van 27 november 2024
in de zaak van
[eiser],
wonend te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. G. Gabrelian te Utrecht,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 1],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
wonend te [vestigingsplaats] ,
gedaagden,
advocaten mrs. R.A.J. van Wingerden en G.L. van Weverswijk te Rotterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] , de Vennootschap en [gedaagde 2] genoemd worden.

1.Waar gaat de zaak over?

In geschil is de vraag of de Vennootschap en haar bestuurder [gedaagde 2] verplicht zijn om de volledige administratie van de Vennootschap over een aantal boekjaren te verstrekken aan [eiser] (die mede-aandeelhouder van de Vennootschap is en tevens een broer van [gedaagde 2] ). De Vennootschap was daartoe al eerder veroordeeld.

2.De procedure

2.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding met 4 producties,
  • de akte houdende overlegging producties van gedaagden, met 2 producties.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 november 2024. Namens gedaagden is een pleitnotitie voorgedragen.

3.De vaststaande feiten

3.1.
[eiser] en [gedaagde 2] zijn broers en zij houden ieder 50% van de aandelen in de Vennootschap (een autoschadeherstelbedrijf). [gedaagde 2] is tevens bestuurder van de Vennootschap.
3.2.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 8 december 2023:
  • de Vennootschap veroordeeld om binnen twee weken na betekening van de beschikking aan [eiser] inzage te verschaffen in de volledige administratie over de boekjaren 2019 tot en met 2022, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 50.000,00;
  • [eiser] gemachtigd om een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen, tijdens welke vergadering de jaarverslagen, met inbegrip van het financiële deel (de balans en de winst- en verliesrekening met toelichting), inzake de boekjaren 2019, 2020, 2021 en 2022 worden behandeld;
  • [persoon A] aangesteld als voorzitter van genoemde algemene vergadering van aandeelhouders.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
3.3.
De beschikking is op 21 december 2023 betekend aan de Vennootschap.
3.4.
De Vennootschap heeft hoger beroep aangetekend van de beschikking, maar zij heeft dit hoger beroep later ingetrokken.
3.5.
De Vennootschap heeft zeer recent en zonder toelichting de gedeponeerde jaarrekeningen over 2019 tot en met 2022 aan [eiser] verstrekt. Daaraan ging geen algemene vergadering van aandeelhouders vooraf waarvoor [eiser] was uitgenodigd.

4.De beoordeling

4.1.
Vast staat dat de Vennootschap niet heeft voldaan aan de uit de beschikking van 8 december 2023 volgende veroordeling om - kort gezegd – inzage te verschaffen aan [eiser] in de volledige administratie van de Vennootschap aangaande de boekjaren 2019 tot en met 2022. Eveneens staat vast [eiser] geen algemene vergadering van aandeelhouders bijeen heeft geroepen met als doel de jaarverslagen over de boekjaren 2019 tot en met 2022 te behandelen. Hiervoor is, aldus [eiser] , de volledige administratie nodig waarover hij niet beschikt. De opgelegde dwangsom is inmiddels opgelopen tot het maximum van € 50.000,00. Thans vordert [eiser] opnieuw dat de Vennootschap de volledige administratie overlegt, dit keer ten aanzien van de jaren 2019 tot en met 2023 onder oplegging van een nieuwe dwangsom. Ook heeft [eiser] [gedaagde 2] als bestuurder van de Vennootschap gedagvaard.
4.2.
Anders dan de Vennootschap en [gedaagde 2] betogen, heeft [eiser] voldoende (spoedeisend) belang bij zijn vordering. De administratie van de Vennootschap is nodig om op zinnige wijze uitvoering te geven aan de aan [eiser] verleende rechterlijke machtiging om een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen met als doel de jaarverslagen over de afgelopen jaren te behandelen. Gelet op het tijdsverloop sinds de beschikking van 8 december 2023 ligt het in de rede dat op de uit te roepen aandeelhoudersvergadering inmiddels ook het jaarverslag over het boekjaar 2023 wordt behandeld.
4.3.
In het algemeen kan het zo zijn, zoals gedaagden stellen, dat een aandeelhouder geen recht heeft op de volledige administratie van de Vennootschap. Echter, in casu geldt dat er geen enkele informatie door de Vennootschap is verstrekt, niet uit eigen beweging en ook niet onder druk van een veroordeling. Een goede verklaring hiervoor is desgevraagd ter zitting niet gegeven. Onder die omstandigheden is de Vennootschap thans gehouden om in ieder geval de volledige administratie over de jaren 2019 tot en met 2022 te verstrekken. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om hierop een uitzondering te maken voor de administratie over het boekjaar 2023. Niet gesteld of gebleken is dat de Vennootschap wel bereid is gebleken om de administratie over dat boekjaar vrijwillig te verstrekken.
Bij voormeld oordeel betrekt de voorzieningenrechter dat [eiser] evenals [gedaagde 2] voor 50% aandeelhouder van de Vennootschap is, dat de aandeelhouders broers zijn en dat is gebleken dat beide partijen tot een algehele afwikkeling van de Vennootschap willen komen. Het is gegeven deze omstandigheden voor beide partijen van belang om eruit te komen en hiervoor kan de algemene vergadering van aandeelhouders onder leiding van [persoon A] als onafhankelijke derde mogelijk uitkomst bieden. Weliswaar zou de weg naar de Ondernemerskamer, zoals gedaagden stellen, hiervoor ook een optie kunnen zijn, maar gelet op de daarmee gemoeide kosten is het de vraag of deze weg in het belang van partijen is.
4.4.
Gedaagden hebben tevens als verweer aangevoerd dat de vordering te onbepaald is omdat niet duidelijk is wat wordt bedoeld met de volledige administratie. Dit verweer gaat niet op. De volledige administratie is simpelweg alle administratie die met de bedrijfsvoering van de Vennootschap in de ruimste zin van het woord te maken heeft.
4.5.
[gedaagde 2] had en heeft het als bestuurder van de Vennootschap in zijn macht om de administratie te verstrekken aan [eiser] als mede-aandeelhouder. Door dit niet te doen, ondanks de wettelijke verplichting daartoe en de daartoe strekkende veroordeling van de Vennootschap, handelt hij onrechtmatig jegens [eiser] . Hij wordt daarom eveneens veroordeeld tot het verschaffen van inzicht in de volledige administratie van de Vennootschap aangaande de boekjaren 2019 tot en met 2023. Uiteraard geldt dat door de Vennootschap en [gedaagde 2] maar eenmaal de bedoelde administratie hoeft te worden verschaft.
4.6.
De gevorderde termijn om vrijwillig na te komen (voordat dwangsommen worden verbeurd), is erg krap en zal worden verlengd. De dwangsommen zullen worden beperkt en gemaximeerd op na te melden wijze.
proceskosten
4.7.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 140,17
- griffierecht € 320,00
- salaris advocaat € 1.107,00 (tarief gemiddeld kort geding)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.745,17
De proceskostenveroordeling zal hoofdelijk zijn (vgl. de Hoge Raad in zijn uitspraak ECLI:NL:HR:2022:1942).
uitvoerbaarheid bij voorraad
4.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dit heeft gevorderd en de gedaagden hier geen verweer tegen hebben gevoerd. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de Vennootschap en [gedaagde 2] hoofdelijk om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] inzicht te verschaffen in de volledige administratie van de Vennootschap aangaande de boekjaren 2019 tot en met 2023, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat
zij hiermee in gebreke blijven, met een maximum van € 100.000,00,
5.2.
veroordeelt de Vennootschap en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.745,17 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de Vennootschap en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten de Vennootschap en [gedaagde 2] € 90,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
5.3.
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2024. [1]

Voetnoten

1.[2517/1582]