De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonplus Schiedam en een huurder over een huurachterstand en de ontbinding van de huurovereenkomst van een woning te Rotterdam.
Woonplus vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vanwege een huurachterstand die bij dagvaarding ruim vijf maanden bedroeg en bij de zitting nog ruim vier maanden. De huurder erkent de achterstand en is gestart met schuldhulpverlening, maar kan nog geen concreet afbetalingsvoorstel doen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, mede omdat de lopende huur niet structureel wordt voldaan en geen zicht is op aflossing. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen voor ontruiming. De huurder moet een gebruiksvergoeding betalen tot ontruiming.
De gevorderde incassokosten en rente worden afgewezen omdat het boetebeding in de algemene voorwaarden van Woonplus oneerlijk is. Proceskosten worden toegewezen aan Woonplus. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.