Eiseres ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting nadat zij haar auto kort parkeerde om een ambulance voor te laten. Zij maakte bezwaar en stuurde meerdere ingebrekestellingen omdat de heffingsambtenaar te laat op haar bezwaar besliste.
De heffingsambtenaar stelde dat hij binnen 14 dagen na de ingebrekestelling via de ombudsman had beslist en daarom geen dwangsom verschuldigd was. Eiseres betoogde dat zij eerder ingebrekestellingen had gestuurd die niet waren onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door niet te onderzoeken of de ingebrekestellingen van eiseres eerder waren ontvangen dan de klacht via de ombudsman. Hierdoor was de uitspraak op bezwaar onzorgvuldig.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het geen dwangsom toekende en stelde zelf de maximale dwangsom van €1.442,- vast. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.