ECLI:NL:RBROT:2024:11936
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens geschiktheid eigen werk ondanks visus- en knieklachten
Eiser, laatstelijk werkzaam als afdelingsassistent, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen op grond van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig rapport. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, maar concludeerde dat eiser met deze beperkingen zijn eigen werk kon verrichten. De arbeidsdeskundige bevestigde dat eiser geschikt is voor de maatgevende arbeid, waarbij rekening werd gehouden met zijn visus- en knieklachten.
Eiser voerde in beroep aan dat de beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat zijn oogaandoening en hoofdpijnklachten niet voldoende werden meegenomen, met name bij beeldschermwerk. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts terecht geen aanvullende beperkingen aannam. De arbeidsdeskundige stelde dat het werk passend was, ook gezien de aanwezigheid van ondersteunende voorzieningen en de banenafspraak.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat sprake was van een 'witte ravenbaan' en concludeerde dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser zijn eigen werk kan verrichten vanaf 10 november 2022. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de WIA-uitkering stand hield.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat hij geschikt is voor zijn eigen werk.