Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 juli 2024, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van het mondeling antwoord;
- de brief van 11 oktober 2024 van de gemachtigde van Woonstad, met producties.
Rechtbank Rotterdam
De huurder had een wisselwoning gehuurd in verband met renovatie en daarna een nieuwe woning betrokken. De huurder weigerde de wisselwoning te verlaten en betaalde de huur van de nieuwe woning niet vanwege vermeende gebreken. De verhuurder stelde dat de nieuwe woning bewoonbaar was en eiste ontruiming van de wisselwoning en betaling van de huurachterstand.
De huurder verscheen niet op de zitting en kon zijn stellingen niet onderbouwen. De kantonrechter oordeelde dat de huurder de wisselwoning zonder recht bleef bewonen en deze binnen veertien dagen na betekening moest ontruimen. De huurachterstand van ruim €10.000 moest worden betaald, maar de verhuurder bood een betalingsregeling aan.
Indien de huurder zich houdt aan de regeling en de lopende huur betaalt, mag hij in de nieuwe woning blijven. Bij niet-naleving volgt ontbinding van de huurovereenkomst, onmiddellijke betaling van de openstaande schuld met rente, en ontruiming binnen veertien dagen na aanzegging. De proceskosten van ruim €1.400 komen voor rekening van de huurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder moet wisselwoning ontruimen en huurachterstand betalen, met mogelijkheid tot betalingsregeling om ontruiming nieuwe woning te voorkomen.