Uitspraak
OTTERDAM
[verdachte],
Tenlastelegging
- vrees aan te (laten) jagen en/of
- ernstige overlast aan te (laten) doen en/of
- in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 4 december 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van doxing. De tenlastelegging betrof het verspreiden van persoonsgegevens via Twitter (thans X) in december 2023, waaronder foto's, adressen en telefoonnummers, met het oogmerk om een officier van justitie te intimideren en te hinderen in zijn ambt. Artikel 285d Sr, dat doxing strafbaar stelt, trad echter pas in werking op 1 januari 2024.
De kern van het geschil was of het nalaten door verdachte om de vóór de strafbaarstelling geplaatste berichten na 1 januari 2024 te verwijderen, kon worden aangemerkt als hernieuwde verspreiding met het vereiste oogmerk. De officier van justitie betoogde dat het online laten staan van deze berichten een voortzetting van de verspreiding inhield. De rechtbank oordeelde echter dat het nalaten verwijderen een passieve handeling is die niet gelijkgesteld kan worden aan het actief verspreiden van persoonsgegevens.
De rechtbank benadrukte dat voor strafbaarheid het oogmerk vereist is dat de verdachte vrees aanjaagt, ernstige overlast veroorzaakt of hindert in het beroep. Dit oogmerk kon niet worden afgeleid uit het niet verwijderen van berichten die vóór de strafbaarstelling waren geplaatst. Bovendien bood het dossier onvoldoende bewijs dat verdachte dit oogmerk had bij het nalaten verwijderen. De verdachte werd daarom vrijgesproken van het tenlastegelegde doxing.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor strafbare doxing na inwerkingtreding van artikel 285d Sr.