Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 11 juli 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de akte ter rolle van Havensteder, met een bijlage.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Stichting Havensteder vorderde betaling van een vermeende huurachterstand van gedaagden. De kantonrechter stelde vast dat het huurprijswijzigingsbeding onrechtmatig was en vernietigd is bij vonnis van 23 mei 2024. Hierdoor ontstond het recht van gedaagden op terugbetaling van teveel betaalde huur pas vanaf dat moment.
Havensteder kon geen beroep doen op verjaring voor de periode 2017-2019, omdat de verjaringstermijn pas aanving na de vernietiging van het beding. Bovendien was er geen eerdere waarschuwing vanuit overheid of rechtspraak dat het beding oneerlijk was, waardoor gedaagden niet verweten kon worden hun rechten niet eerder te hebben uitgeoefend.
De kantonrechter concludeerde dat er op het moment van dagvaarden geen huurachterstand was, maar juist een teveel betaalde huur van €5.237,76. Daarom wees hij de vordering af en veroordeelde Havensteder in de proceskosten, die nihil werden begroot wegens het ontbreken van verweer van gedaagden.
Uitkomst: De vordering van Stichting Havensteder wordt afgewezen wegens vernietiging van het oneerlijke huurprijswijzigingsbeding en het ontbreken van een huurachterstand.