Op 14 augustus 2024 werd verdachte in een woning in Capelle aan den IJssel aangetroffen waar onder meer heroïne, versnijdingsmiddelen en een pers werden gevonden. Verdachte werd beschuldigd van het bezit van een vuurwapen, heroïne en voorbereidingshandelingen voor drugshandel.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het vuurwapen, maar bewezenverklaring en een gevangenisstraf van 9 maanden voor de drugsfeiten. De verdediging voerde onder meer een vormverzuim aan wegens onrechtmatig binnentreden en betwistte het opzet van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat het binnentreden rechtmatig was vanwege een redelijk vermoeden van aanwezigheid van drugs. Echter, het dossier gaf onvoldoende zekerheid dat verdachte opzettelijk de heroïne en andere goederen in de woning had gehad, mede omdat meerdere personen in de woning stonden ingeschreven. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De inbeslaggenomen munitie werd onttrokken aan het verkeer omdat het aannemelijk was dat in de woning een strafbaar feit met munitie was gepleegd. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.