In deze civiele procedure bij de Rechtbank Rotterdam hebben eisers en gedaagden een incidentprocedure gevoerd over het oproepen van een derde partij in vrijwaring. Gedaagden hebben verzocht om toestemming om deze derde partij in vrijwaring op te roepen, hetgeen door de kantonrechter is toegestaan omdat de eis voldoende was onderbouwd en eisers geen bezwaar hadden.
De kantonrechter heeft bepaald dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt, waardoor geen vergoeding van kosten aan de wederpartij hoeft te worden betaald. De hoofdzaak is vervolgens aangehouden tot 19 december 2024 om gedaagden de gelegenheid te geven de vrijwaringszaak voor te bereiden.
Op die datum zal tevens een zitting worden gepland waarin de hoofdzaak en de vrijwaringszaak gezamenlijk met partijen worden besproken. Hiermee wordt het proces efficiënt voortgezet met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2024.