ECLI:NL:RBROT:2024:12129
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding openstaande schuld wegens niet voldoen aan voorwaarden
Eiseres, een bijstandsgerechtigde, verzocht om kwijtschelding van een openstaande schuld van €11.820,51 die is ontstaan door schending van haar inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af omdat eiseres niet gedurende een onafgebroken periode van tien jaar aan haar aflossingsverplichtingen had voldaan.
De rechtbank toetste het besluit en oordeelde dat het beleid van het college binnen de grenzen van redelijke beleidsuitoefening valt. Eiseres had slechts vijf jaar afgelost, terwijl de beleidsregels een termijn van tien jaar vereisen voor kwijtschelding bij schending van de inlichtingenplicht. Ook was er geen sprake van bijzondere of dringende omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Verder stelde eiseres dat het verzoek niet op fraude maar op een blote schending van de inlichtingenplicht berustte en dat het college onvoldoende had gemotiveerd. De rechtbank concludeerde dat de term 'fraude' in dit verband ongelukkig was gekozen, maar dat dit het oordeel niet beïnvloedde. Het verzoek werd terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook het beroep op dringende redenen af, omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat haar medische klachten het gevolg waren van de terugvordering. Het verzoek om kwijtschelding werd derhalve niet toegewezen, en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor kwijtschelding.