In deze maritieme kortgedingprocedure vordert ORS teruggave van een garantie die zij heeft gesteld om het conservatoir beslag op haar schip, de Broad Rise, op te heffen. Aurora Marine Fuels had beslag gelegd wegens een vordering op de tijdbevrachter Cardinal, die de bunkerfactuur niet betaalde. ORS stelt dat het beslag onrechtmatig was omdat zij niet aansprakelijk is en dat het verhaalsrecht op het schip niet bestaat onder het toepasselijke recht.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is en dat de vordering onlosmakelijk verbonden is met het beslag. Het toepasselijke recht is Amerikaans maritiem recht, dat in beginsel een maritime lien toelaat, maar partijen twisten over het ontstaan daarvan. Gezien het feitelijke debat kan niet worden aangenomen dat geen verhaalsrecht bestaat.
De rechtbank concludeert dat onvoldoende is komen vast te staan dat het beslag onrechtmatig was en dat het handhaven van de garantie niet onrechtmatig is. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang bij behoud van de garantie zwaarder weegt dan het belang van ORS. De vorderingen worden afgewezen en ORS wordt veroordeeld in de proceskosten.