De rechtbank Rotterdam heeft op 20 november 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte die werd verdacht van het bezit van een vuurwapen en een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs. De verdachte voerde aan dat sprake was van onherstelbaar vormverzuim vanwege een onvoldoende concrete TCI-melding en een onrechtmatige woningdoorzoeking zonder geldige machtiging.
De rechtbank oordeelde dat de TCI-melding, ondanks de korte inhoud, voldoende veredeld onderzoek bevatte dat leidde tot de verdachte en dat de machtiging tot binnentreden wel was verleend, ondanks het ontbreken van een kopie in het dossier. De verweren werden daarom verworpen. De verdachte bekende het bezit van het vuurwapen en de harddrugs.
De bewezenverklaring betrof het bezit op 5 augustus 2024 te Rotterdam van een pistool van het merk Blow, model TR 914, kaliber 7.65mm, met bijbehorende munitie, en ongeveer 304,6 gram cocaïne. De rechtbank stelde vast dat deze feiten strafbaar zijn en dat er geen omstandigheden zijn die strafuitsluiting rechtvaardigen.
De strafmaat werd bepaald op 7 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van de feiten, de risico’s voor de samenleving en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Eerdere veroordelingen werden niet strafverzwarend meegewogen omdat deze ouder dan vijf jaar waren. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.