Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Samenvatting
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
In conventie
5.De beoordeling
6.De beslissing
woensdag 2 april 2025.
Rechtbank Rotterdam
Partijen, Rotterdamse Grond B.V. en de voormalig eigenaar van een pand te Rotterdam, zijn verwikkeld in meerdere procedures over de ontbinding en schadestaat van een ontwikkelingsovereenkomst uit 2017. De eigenaar zegde de overeenkomst in 2019 op, waarna diverse procedures volgden, waaronder een hoofdprocedure die in 2020 leidde tot ontbinding van de overeenkomst en een schadestaatprocedure.
De rechtbank constateert dat de huidige procedure inhoudelijk grotendeels overlapt met een hoger beroep in de schadestaatprocedure dat reeds aanhangig is bij het gerechtshof Den Haag. Beide procedures betreffen vergelijkbare vorderingen over nakoming en schadevergoeding in verband met de ontbinding.
Om tegenstrijdige uitspraken en onnodige kosten te voorkomen, besluit de rechtbank de onderhavige procedure aan te houden en naar de parkeerrol te verwijzen, totdat het hoger beroep in de schadestaatprocedure onherroepelijk is afgerond. Dit is in het belang van de goede procesorde en doelmatige rechtspleging, ondanks de vertraging die dit met zich meebrengt.
Uitkomst: De rechtbank houdt de civiele procedure aan en verwijst de zaak naar de parkeerrol in afwachting van het hoger beroep in de schadestaatprocedure.