Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 december 2024 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee,
[naam]uit [plaatsnaam] (vergunninghouder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee waarbij omgevingsvergunningen zijn verleend voor het wijzigen van de inrichting en functie van een pand ten behoeve van een drukkerij.
De omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend in strijd met artikel 8.0a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), omdat het bestemmingsplan slechts één bedrijf per bestemmingsvlak toestaat en er reeds een bedrijf op het perceel gevestigd is. Daarnaast heeft het college onvoldoende onderbouwd dat de tijdelijke vergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Verzoeker vreest geluidsoverlast, parkeerproblemen, onvoldoende brandveiligheid en waardevermindering van zijn woning. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met deze belangen en dat de vergunning onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen en de vergunningen worden geschorst tot zes weken na het besluit op bezwaar.
De voorzieningenrechter bepaalt tevens dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht moet vergoeden. Er is geen aanleiding om op dit moment een voorlopige voorziening te treffen met betrekking tot de brandveiligheid, maar het college moet dit in het bezwaar nader motiveren.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst de omgevingsvergunningen tot zes weken na het besluit op bezwaar.