Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:12282

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
9 december 2024
Zaaknummer
C/10/688622 / FA RK 24-8176
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:295 BWArt. 1:241 lid 2 BWArt. 1:253g lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over voorlopige en reguliere voogdij na overlijden moeder

Na het overlijden van de moeder op 24 augustus 2024 ontstond een gezagsvacuüm over de minderjarige geboren in 2007. De minderjarige verblijft momenteel bij de grootouders moederszijde. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om de gecertificeerde instelling voorlopige voogdij te geven en de tante moederszijde de reguliere voogdij toe te wijzen.

Tijdens de mondelinge behandeling handhaafde de Raad beide verzoeken, maar gaf de voorkeur aan de tante als voogd. De tante en de vader stemden hiermee in, waarbij de vader aangaf dat de tante beter in staat is de minderjarige te ondersteunen. Ook de grootouders onderschreven dit standpunt.

De kinderrechter oordeelde dat het in het belang van de minderjarige is de tante te belasten met de voogdij, mede omdat zij bereid is de minderjarige op te nemen in haar gezin en hem kan ondersteunen bij belangrijke zaken. Hierdoor was het niet langer dringend noodzakelijk om de gecertificeerde instelling voorlopige voogdij te geven.

De beschikking belast de tante met de voogdij, verklaart dit uitvoerbaar bij voorraad en wijst het overige verzoek af. Tevens wordt een aantekening gemaakt in het centraal gezagsregister. Hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.

Uitkomst: De tante moederszijde wordt belast met de voogdij over de minderjarige en het verzoek om voorlopige voogdij aan de gecertificeerde instelling wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Locatie Rotterdam
Zaaknummer: C/10/688622 / FA RK 24-8176
Datum uitspraak: 19 november 2024
Beschikking van de kinderrechter over de voorlopige voogdij en reguliere voogdij
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam - Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[tante moederszijde] ,
hierna te noemen: de tante moederszijde (mz), wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informanten aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Dordrecht,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in Dordrecht,
[grootvader moederszijde] en [grootmoeder moederszijde] ,
hierna te noemen: de grootouders moederszijde (mz), wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 1 november 2024, ontvangen op diezelfde datum.

2.De feiten

2.1.
De moeder was belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . Door het overlijden van de moeder op 24 augustus 2024 is er een gezagsvacuüm ontstaan.
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de grootouders mz.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [voornaam minderjarige] . Tevens verzoekt de Raad om de tante mz te belasten met de voogdij over [voornaam minderjarige] , tot aan zijn meerderjarigheid.
3.2.
Hoewel de Raad allebei de verzoeken tijdens de mondelinge behandeling handhaaft, heeft het de voorkeur om de tante mz te belasten met de voogdij over [voornaam minderjarige] . De Raad is tot deze conclusie gekomen, door een kort maar gedegen onderzoek.
3.3.
De GI sluit zich tijdens de mondelinge behandeling aan bij het verzoek van de Raad.
3.4.
Door de tante mz wordt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. Op het moment dat de tante mz is verhuisd, is het de natuurlijke weg om haar te belasten met de voogdij over [voornaam minderjarige] . Zo kan de tante mz [voornaam minderjarige] ondersteunen bij het regelen van verschillende zaken, waaronder erfrechtelijke zaken. De tante mz heeft kinderen in dezelfde leeftijdsklasse als [voornaam minderjarige] . Zij zou hem graag opnemen in haar gezin.
3.5.
Door de vader wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de Raad. De tante mz is op dit moment beter in staat om [voornaam minderjarige] te helpen dan de vader. Het is een goede oplossing om haar te belasten met de voogdij over [voornaam minderjarige] .
3.6.
Door de grootouders mz wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de Raad. Sinds dat de moeder kwam te overlijden, hebben de grootouders mz met veel liefde voor [voornaam minderjarige] gezorgd, gezien [voornaam minderjarige] voor het overlijden van de moeder ook vaak bij hen verbleef. De hele familie zal hem blijven ondersteunen. Het is fijn dat [voornaam minderjarige] bij de tante kan wonen, nadat zij is verhuisd.

4.De beoordeling

4.1.
De moeder was belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . Door het overlijden van de moeder op 24 augustus 2024 is er een gezagsvacuüm ontstaan. De rechtbank dient daarom een voogd te benoemen (artikel 1:295 BW Pro). Op grond van artikel 1:241, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter een gecertificeerde instelling belasten met de voorlopige voogdij over een minderjarige indien het dringend en onverwijld noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over de minderjarige te voorzien teneinde de belangen van de minderjarige te kunnen behartigen. Op grond van artikel 1:253g lid 1 BW kan de kinderrechter tevens de overlevende ouder of een derde belasten met het gezag over een minderjarige, wanneer de ouder die het gezag over de minderjarige alleen uitoefent overlijdt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de Raad zowel het verzoek om de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [voornaam minderjarige] , als het verzoek om de tante mz te belasten met de voogdij over [voornaam minderjarige] handhaaft. Net zoals de betrokken partijen, is de kinderrechter echter van oordeel dat het in het belang van [voornaam minderjarige] de voorkeur heeft om de tante mz te belasten met de voogdij over [voornaam minderjarige] , in plaats van de GI. De tante is in staat om [voornaam minderjarige] te ondersteunen bij het regelen van verschillende zaken. Ook is zij bereid om [voornaam minderjarige] op te nemen in haar gezin. Nu de tante zich bereid heeft verklaard om de voogdij over [voornaam minderjarige] te aanvaarden, is het bovendien niet meer dringend en onverwijld noodzakelijk om de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [voornaam minderjarige] . De kinderrechter benadrukt dat het positief is dat de familie van [voornaam minderjarige] hem de afgelopen periode zo goed heeft opgevangen en hem de aankomende periode blijft ondersteunen.
4.3.
Gelet op het voorgaande, zal de kinderrechter het verzoek van de GI om de tante mz te belasten met de voogdij over [voornaam minderjarige] toewijzen en uitvoerbaar bij voorraad verklaren. De kinderrechter zal het overig verzochte afwijzen.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
belast de tante mz met de voogdij over [voornaam minderjarige] ;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst het overig verzochte af.
5.4.
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister;
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2024 door mr. H. Mol, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 19 november 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.