ECLI:NL:RBROT:2024:12327

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 december 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
C/10/689011 / KG ZA 24-1060
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 255 lid 1 RvArt. 237 lid 4 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot afwikkeling nalatenschap door executeur in kort geding

In deze kort geding procedure vorderen eiseressen dat de executeurs worden veroordeeld om met bekwame spoed hun verplichtingen als executeurs na te komen en de nalatenschap van de erflater af te wikkelen. Tevens wordt gevorderd dat het legaat van eiseres sub 1 wordt vastgesteld en uitgekeerd, en dat de erfbelasting namens eiseres sub 2 wordt voldaan.

De gedaagden, die optreden als executeurs en afwikkelingsbewindvoerders, zijn niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, waardoor verstek tegen hen is verleend. Hun schriftelijke verweer wordt niet in behandeling genomen omdat zij niet persoonlijk of via advocaat zijn verschenen, zoals vereist in kort geding.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. De dwangsom wordt aangepast met een lager dagbedrag en een hoger maximum. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, die zijn begroot op €1.348,97 exclusief eventuele executiekosten.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot spoedige afwikkeling van de nalatenschap en betaling van het legaat en erfbelasting met oplegging van dwangsommen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/689011 / KG ZA 24-1060
Vonnis in kort geding van 9 december 2024
in de zaak van

1.[eiseres 1],

2.
[eiseres 2],
beiden wonende te Rotterdam,
eiseressen,
advocaat mr. M.J. Leuvenink-Verwijs te Rotterdam,
tegen

1.[gedaagde 1],

in hoedanigheid van executeur tevens afwikkelingsbewindvoerder en waarnemend executeur in de nalatenschap van [naam],
2.
[gedaagde 2],
in hoedanigheid van executeur tevens afwikkelingsbewindvoerder en waarnemend executeur in de nalatenschap van [naam],
beiden kantoorhoudende te Hellevoetsluis,
gedaagden,
die niet zijn verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 20 november 2024, met 21 producties;
  • de mondelinge behandeling op 2 december 2024, waarbij eiseressen hun vordering hebben verminderd.

2.De vordering

Eiseressen vorderen – na eisvermindering – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
gedaagden hoofdelijk te veroordelen om met bekwame spoed hun verplichtingen als executeurs na te komen en de nalatenschap van erflater af te wikkelen;
gedaagden hoofdelijk te veroordelen om binnen 14 dagen althans binnen een redelijke in goede justitie te bepalen termijn na betekening van het vonnis, het legaat van eiseres sub 1. vast te stellen en uit te keren en de erfbelasting namens eiseres sub 2. te voldoen;
te bepalen dat indien gedaagden niet aan hun verplichtingen onder II. voldoen, zij hoofdelijk een dwangsom verbeuren van een bedrag ad € 5.000,00 ineens en een bedrag ad € 1.000,00 per dag dat zij in gebreke blijven aan de veroordeling te voldoen, met een maximum van € 25.000,00 dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom;
gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder de nakosten en de eventuele kosten voor betekening en executie van dit vonnis.

3.De beoordeling

3.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Op 29 november 2024 hebben gedaagden aan de voorzieningenrechter bericht dat zij verhinderd zijn en hebben zij een schriftelijk verweer ingediend. Uit artikel 255 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt echter dat een gedaagde in kort geding in persoon of bij advocaat dient te verschijnen. Een schriftelijk verweer voldoet niet. Nu gedaagden niet ter zitting zijn verschenen, wordt aan hun schriftelijke verweer voorbij gegaan en wordt tegen gedaagden verstek verleend.
3.2.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen voor zover hierna niet anders vermeld.
3.3.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding de gevorderde dwangsom aan te passen, in die zin dat het bedrag aan te verbeuren dwangsom voor iedere dag wordt beperkt en het maximaal te verbeuren bedrag wordt verhoogd.
3.4.
Gedaagden worden als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten van eiseressen veroordeeld. Deze kosten worden begroot op:
- betekening oproeping € 135,97
- griffierecht € 320,00
- salaris advocaat € 715,00
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.348,97
3.5.
Ingevolge artikel 237 lid 4 Rv Pro worden de na de uitspraak ontstane kosten, op verzoek van één van partijen, begroot door de rechter. Behalve de toe te wijzen nakosten (waarvoor een forfaitair tarief geldt), staat ten tijde van de uitspraak van dit vonnis nog niet vast of eiseressen verdere executiekosten zullen maken. Eiseressen zullen een afzonderlijke executoriale titel moeten verwerven voor het verhaal van die (eventueel te maken) kosten.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden;
4.2.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om met bekwame spoed hun verplichtingen als executeurs na te komen en de nalatenschap van erflater af te wikkelen;
4.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om, binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis, het legaat van eiseres sub 1. vast te stellen en uit te keren en de erfbelasting namens eiseres sub 2. te voldoen;
4.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan eiseressen een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagden niet volledig aan de in 4.3. uitgesproken veroordeling hebben voldaan, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt;
4.5.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.348,97, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe; als er betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, moeten gedaagden € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
4.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2024.
2091 / 1980