Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar met aftrek van voorarrest en oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals geadviseerd in het maatregelenrapport van de reclassering van 13 april 2023.
4.Waardering van het bewijs
informed consentgeldt tevens als rechtvaardigingsgrond voor het geval dat door of bij de behandeling letsel of pijn wordt veroorzaakt.
informed consentheeft verstrekt, kan tegen deze achtergrond en in het licht van de mededelingen die de verdachte deed over de genezing door zijn behandeling, niet van geïnformeerde toestemming van de betrokkenen gesproken worden. Daargelaten dat [naam 1] concludeert dat het formulier op geen enkele wijze voldoet aan de vereisten die aan een dergelijk formulier dienen te worden gesteld, aangezien onder meer gedetailleerde en duidelijke uitleg over procedures, risico’s, bijwerkingen en te verwachten belasting ontbreekt. Van geïnformeerde toestemming is in alle zaken dan ook geen sprake, zodat daarin – anders dan door de verdediging is bepleit – geen rechtvaardiging gevonden kan worden voor de gevolgen van de behandeling door de verdachte.
primair
primair
primair
primair
primair
[slachtoffer 5]heeft benadeeld door
[slachtoffer 5], tot de afgifte van € 8.000,-,
5.Strafbaarheid feiten
1.
zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade;
2.primair
mishandeling gepleegd met voorbedachten rade, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft en opzettelijke benadeling van de gezondheid gepleegd met voorbedachten rade terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, meermalen gepleegd;
3.
zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade, meermalen gepleegd;
4.primair
mishandeling gepleegd met voorbedachten rade, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, en opzettelijke benadeling van de gezondheid gepleegd met voorbedachten rade terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, meermalen gepleegd;
5.primair
mishandeling gepleegd met voorbedachten rade en opzettelijke benadeling van de gezondheid gepleegd met voorbedachten rade, meermalen gepleegd;
6.primair
mishandeling gepleegd met voorbedachten rade en opzettelijke benadeling van de gezondheid gepleegd met voorbedachten rade, meermalen gepleegd;
7.primair
opzettelijke benadeling van de gezondheid;
8.
oplichting, meermalen gepleegd.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
- meldplicht;
- klinische opname in een zorginstelling;
- ambulante behandelverplichting;
- een verbod op werkzaamheden op het gebied van de individuele gezondheidszorg, en
- een verbod op het verlaten van Nederland zonder toestemming van de reclassering.
8.Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;
13 (dertien) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
3 (drie) jaren;
€ 24.201,- (zegge: vierentwintig duizend tweehonderdeen euro), bestaande uit € 4.201,- aan materiële schade en € 20.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.201,- vanaf 11 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en over een bedrag van € 23.000,- vanaf 20 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] te betalen
€ 24.201,-(hoofdsom,
zegge: vierentwintig duizend tweehonderdeen euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.201,- vanaf 11 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening en over een bedrag van € 23.000.- vanaf 20 januari 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 24.201,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
156 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 8.000,- (zegge: achtduizend euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 2] te betalen
€ 8.000,-(hoofdsom,
zegge: achtduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 8.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
75 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 8.000,- (zegge: achtduizend euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 3] te betalen
€ 8.000,-(hoofdsom,
zegge: achtduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 8.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
75 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 4] te betalen
€ 3.000,-(hoofdsom,
zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 3.000 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
40 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 3] te betalen
€ 3.000,-(hoofdsom,
zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 3.000 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
40 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.