Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 21 maart 2024. Verzoekster woont samen met haar minderjarige dochter en betaalt de huurtermijnen van november en december 2024 inmiddels.
Verweerster, de verhuurder, stelt dat er een aanzienlijke huurachterstand is en verzoekt het verzoek af te wijzen. De rechtbank beoordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank acht aannemelijk dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan, mede door het opstarten van budgetbeheer. Daarom wordt het moratorium voor zes maanden toegewezen onder voorwaarde van tijdige betaling. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.