ECLI:NL:RBROT:2024:12468

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
11 december 2024
Zaaknummer
11407987 \ VZ VERZ 24-217
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:178 lid 2 BWArt. 71 RvArt. 79 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot opheffing testamentair bewind niet-ontvankelijk wegens onbevoegdheid kantonrechter

Op 27 oktober 2002 is de heer overleden die een testament had opgesteld op 25 mei 2000, waarin bepaald werd dat het erfdeel van verzoekster onder testamentair bewind gesteld zou worden met verzoeker als bewindvoerder. Verzoekster en verzoeker hebben gezamenlijk verzocht om het testamentair bewind op te heffen.

De kantonrechter oordeelt dat hij niet bevoegd is om dit verzoek te behandelen op grond van artikel 4:178 lid 2 BW Pro, dat de rechtbank hiervoor exclusieve bevoegdheid toekent. Daarom wordt de zaak verwezen naar het team handel en haven van de rechtbank Rotterdam.

Partijen worden erop gewezen dat zij bij de rechtbank niet zelf mogen procederen en dat een advocaat verplicht is. Tevens wordt aangegeven dat het griffierecht verhoogd wordt en dat zij hierover bericht zullen ontvangen. De processtukken worden overgedragen aan het team handel en haven zodat de procedure aldaar kan worden voortgezet.

Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst het verzoek tot opheffing testamentair bewind naar de rechtbank team handel en haven.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11407987 \ VZ VERZ 24-217
datum uitspraak: 27 november 2024
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster],
woonplaats: Dordrecht,
verzoekster,
die zelf procedeert,
en
[verzoeker],
woonplaats: Sliedrecht,
verzoeker,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna [voornaam verzoekster] en [voornaam verzoeker] genoemd, omdat hun achternamen niet onderscheidend zijn.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- het verzoekschrift, ontvangen op 15 november 2024, met bijlagen.

2.De beoordeling

Wat is er gebeurd?
2.1.
Op 27 oktober 2002 is in Zwijndrecht overleden de heer [persoon A] , geboren op [geboortedatum] 1925 in [geboorteplaats] (hierna: de overledene). De laatste woonplaats van de overledene was Zwijndrecht. [voornaam verzoekster] en [voornaam verzoeker] zijn de kinderen van de overledene.
2.2.
De overledene heeft in zijn testament van 25 mei 2000 bepaald dat wat [voornaam verzoekster] ontvangt uit zijn nalatenschap onder bewind wordt gesteld en dat [voornaam verzoeker] tot bewindvoerder wordt benoemd. Volgens [voornaam verzoekster] worden de vaderlijke erfdelen op 10 december 2024 uitgekeerd en zal haar erfdeel gelet op het testament onder bewind worden gesteld met [voornaam verzoeker] als bewindvoerder.
Het verzoek
2.3.
[voornaam verzoekster] vraagt om het testamentaire bewind op te heffen. [voornaam verzoekster] heeft bij het verzoekschrift een brief van [voornaam verzoeker] gevoegd waarin [voornaam verzoeker] ook vraagt om het testamentair bewind op te heffen. De kantonrechter begrijpt daaruit dat [voornaam verzoekster] en [voornaam verzoeker] allebei willen dat het testamentair bewind wordt opgeheven. De kantonrechter merkt daarom [voornaam verzoekster] en [voornaam verzoeker] beiden aan als verzoekers in deze zaak.
Kantonrechter niet bevoegd
2.4.
[voornaam verzoekster] en [voornaam verzoeker] hebben het verzoekschrift om het testamentair bewind op te heffen ingediend bij de kantonrechter. De kantonrechter is niet bevoegd om deze zaak te behandelen. Op grond van artikel 4:178 lid 2 BW Pro is namelijk de rechtbank bevoegd om dit verzoekschrift in behandeling te nemen.
Zaak naar team handel en haven
2.5.
De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar het team handel en haven van deze rechtbank (artikel 71 Rv Pro).
Advocaat verplicht
2.6.
De partijen mogen bij de rechtbank (team handel en haven) niet zelf procederen. Een advocaat is verplicht (artikel 79 Rv Pro). [voornaam verzoekster] en [voornaam verzoeker] zullen van team handel en haven bericht krijgen over het stellen van een advocaat.
Er moet meer griffierecht betaald worden
2.7.
Doordat de kantonrechter de zaak verwijst geldt een griffierecht van € 320,-. [voornaam verzoekster] en [voornaam verzoeker] hebben al € 87,- aan griffierecht betaald. Voor het betalen van de verhoging van € 233,- zullen [voornaam verzoekster] en [voornaam verzoeker] een factuur ontvangen van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar het team handel en haven van deze rechtbank, zodat de zaak daar wordt voortgezet in de stand waarin deze zich op dit moment bevindt;
3.2.
wijst [voornaam verzoekster] en [voornaam verzoeker] erop dat zij van de griffier van team handel en haven bericht zullen ontvangen over de wijze waarop de procedure wordt voortgezet en de betaling van het griffierecht;
3.3.
draagt de griffier op de processtukken en een kopie van deze beschikking zo spoedig mogelijk te sturen aan de griffier van het team handel en haven van deze rechtbank.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken.
31688